Mijn geschiedenis met katten

      Geen reacties op Mijn geschiedenis met katten

Mitsy, een aparte kat met een vreemd verhaal. Maar een echte schat, en het deed mij echt pijn om haar weg te moeten doen.

Ik heb mijn hele leven katten gehad. Onze eerste kat, Gerrit, was een kater, de schrik van de buurt die met alle andere katten vocht maar bij mij altijd in de wieg kroop om lekker te slapen. Daarna kregen we Bromsnor, een rode kater die we, in tegenstelling tot Gerrit, maar wel naar de dierenarts hebben gebracht voor een knip. Bromsnor was een jager, een buitenkat, niet de meest sociale kat maar naar mij wel altijd lief. Achter ons huis op de dorpsstraat in Wormer hadden we een kommetje, een soort klein meertje waar 4 sloten bij elkaar kwamen. En daar is Bromsnor door het ijs gezakt en verdronken. Ik vond hem, volledig ingevroren, in het ijs. Een vreselijk gezicht. Bromsnor was de naam die ik de kat had gegeven, want als 5 jarige klonk dat logisch, een kat heeft een snor, en als ze spinnen geeft dat een brommend geluid, dus Bromsnor.

Na Bromsnor kwam Saartje. Saartje was geboren in de Agnes kleuterschool. Ook een jager, maar ook een enorme lieverd. Ze was 2 maanden oud toen ze al met een grote spreeuw aan kwam lopen, ze kon het beest amper vasthouden maar ze had hem. Mollen, muizen, vissen, wat dat beest allemaal wel niet kwam thuisbrengen, dat was niet normaal. Toen ik het huis uitging kreeg ik haar mee, Saartje is 18 geworden maar haar gezondheid ging zo achteruit dat ik haar in heb moeten laten slapen. Ik heb haar begraven in de tuin van mijn ouders, waar ze zo graag op jacht ging naar alles wat bewoog.

Na Saartje zei ik “geen katten meer” maar toen ontmoette ik Annemie. Annemie woonde in Oostende, ze had twee katten, Quila en Flo. Quila was een hele gemakkelijke goedzak en Flo was een spierwitte kater met een helse geschiedenis van mishandeling. Toen Annemie hem vond was hij uitgemergeld, zat onder de vlooien, miste een half gebit en het advies van de dierenarts was een spuitje. Annemie weigerde en maakte Flo weer gezond, maar mentaal was het beest een wrak. Vertrouwde niets of niemand, maar op een of andere manier kon ik hem wel aaien. En toen ging het mis met Annemie, ik ga niet in op details, maar ze zou voor een x aantal weken opgenomen worden. Niemand kon voor haar katten zorgen, dus ik nam ze mee en zou ze later teruggeven. De x aantal weken werden maanden, en zelfs jaren, en de artsen verboden Annemie nog contact op te nemen met de buitenwereld omdat ze dat als middel gebruikte om niet aan zichzelf te werken. Toen dat gebeurde heb ik een nieuw adres gezocht voor Quila, dat was een buitenkat die niet gelukkig was op mijn flatje in Zaandam. Sterker nog, ze was al eens van het balkon gevallen of gesprongen, ik hoorde haar miauwen, maar kon haar nergens vinden. Toen ik uiteindelijk op het balkon keek zag ik haar beneden zitten, omhoog te kijken naar me.

Flo is een ander verhaal, die was zo bang voor mensen dat hij de vensterbank onder piste toen mijn moeder voor de eerste keer na zijn verhuizing bij mij kwam. Hij kon haar niet zien, maar hoorde haar stem in het halletje en van angst liet hij alles lopen op de vensterbank. Na een paar maanden intensieve verzorging bloeide hij helemaal op, werd een enorme knuffelaar. Ik hoefde maar naar de bank te kijken en hij zat op schoot. De vrouw van één van mijn vrienden werd zo verliefd op Flo dat hij uiteindelijk de laatste twee jaar van zijn leven bij hun heeft gewoond. En ik snap wel dat ze verliefd op hem was, Flo was een lief beest, mooi ook, spierwit en dat terwijl ze al een gitzwarte kat hadden dus het was een mooi stel samen.

En toen ging ik verhuizen, naar Wormer, naar een grote eengezinswoning met tuintje. Dat was in maart 2014, en het grote huis was wel stil als ik thuis kwam van werk, dus besloot ik voor een kat te gaan. Op de gratis af te halen pagina werd er een kat aangeboden, Mitsy. Mitsy was een beetje beschadigd, ze was schichtig maar zat op een flatje bij een gezin met een kruipertje. De kruiper vond de kat heel interessant, maar de kat vond haar vreselijk. Mitsy leefde onder de kast en kwam er pas ’s avonds vandaan, ze had zichzelf kale plekken gelikt van de stress, echt een zielig hoopje kat. Vanwege mijn ervaring met Flo was ik daar niet bang voor, dus na de intertabak beurs in september van dat jaar heb ik haar geadopteerd.

De eerste week zag ik dat het eten werd opgegeten, de kattenbak werd gebruikt maar Mitsy? Die kon ik nergens vinden. Uiteindelijk draaide ze bij en werden we vriendjes. Hoe bang ze ook was in het begin, ze heeft nooit gebeten, nooit gekrabt, het is echt een lieverd. Ze kon naar buiten waar ze geen andere katten in de tuin duldde, ze kwam op schoot of vlak naast me liggen op de bank, vroeg vaak om aandacht want ze is vrij vocaal voor een kat en het afscheid nemen van Mitsy was zwaarder dan wat dan ook. Aan mensen kan je het uitleggen, aan Mitsy niet. Vreselijk vond ik dat.

Natuurlijk heb ik haar in december opgezocht, dat mocht van Sissy, de nieuwe moeder van Mitsy. En Mitsy heeft het echt naar haar zin, ze negeerde mij zelfs, bleef op afstand. Zelfs met snoepjes was ze niet te lokken. Stank voor dank, je bouwt vier jaar lang aan haar vertrouwen, geeft haar een dak boven haar hoofd waar ze binnen kan lopen of het een hotel is, iedere dag vers eten en drinken maar na twee maanden ben je een vreemdeling. Het toont echter wel aan dat ze het enorm naar haar zin heeft bij Sissy, en dat doet me enorm goed.

Mitsy zal ook de laatste kat zijn die ik ooit heb gehad. We hebben het er over gehad om een kat te nemen hier, maar het viel mij op dat ik in Singapore minder snotter dan in Nederland. Ik heb dus een test laten doen, en ik heb een allergie voor berken, huisstofmijt en inderdaad, katten. En een hond, ik zou graag willen maar dat is geen optie. In de flat waarin we wonen zijn alleen maar kleine hondjes mogelijk, grotere rassen zijn verboden. En als honden niet mininaal tot de knie komen, dan zijn het geen honden maar veredeld ongedierte. Chihuahua, Jack Russels en al dat soort aangelijnde ratten wil ik echt niet. Dat zijn ook de meest bijtgrage honden, die vaker bijten en valser zijn dan de zogenaamde ‘gevaarlijke’ hondensoorten. Geen haar op mijn hoofd die zo’n ras rat overweegt.

Geef een reactie