Metal

      Geen reacties op Metal

Ik ben een muziekliefhebber, disco, pop, jazz, funk, hiphop maar toch vooral rock. Er zit wel een grens aan mijn liefde voor rock, metal gaat mij net een stap te ver. De populaire metal light, zoals Metallica sinds the black album, dat kan ik prima hebben, maar de echte hardere metal, geef mijn portie maar aan fikkie.

Veel vrienden van mij vinden metal wel te gek, sterker nog, mijn maatje Dennis speelde en speelt in metal bands. Nu is hij bezig met Dauthuz maar daarvoor zat hij onder andere in Unlord, Consolation en één van de meest populaire Nederlandse metalbands ooit, Nembrionic. En die gaan een reünie toertje doen in 2019. Maar goed, daar gaat deze blogpost niet over.

Nembrionic maakte ooit een plaat met Osdorp Posse, briljant, hard en geslepen. En ze speelden op Pinkpop, Lowlands en Dynamo Open Air in deze formatie. Ook deden ze een clubtour, en het thuishonk van Nembrionic, Drieluik, stond natuurlijk ook op het programma. En laat ik daar toen werkzaam zijn, als barman of als disc jockey. Tijdens de maandelijkse vergadering spraken Lars (van displeased records, toen het grootste metal label van Nederland) en ik af dat ik zou draaien die avond. Lars nam normaal gesproken de metal avonden voor zijn rekening maar omdat dit geen metal was zou ik het doen. Prima, leek mij ook een fantastische avond om te draaien, dus zo gezegd zo gedaan. Op de avond zelf installeer ik mezelf achter de draaitafel met mijn muziek, Lars komt bij mij en vraagt me wat ik aan metal mee heb. Mijn antwoord was simpel “niets, want ik heb dat niet en het is geen metal avond”. De volgende vraag van Lars deed mij schrikken, die was “wat ga je dan draaien na Nembrionic?”. Ik zeg nog “ze spelen toch samen?”. Toen pas kreeg ik te horen dat eerst Nembrionic een set zou spelen, daarna de Osdorp Posse en pas de laatste drie kwartier zouden ze samen een set doen. Paniek brak uit, de zaal was uitverkocht, de ene helft met metalheads, de andere helft hiphoppertjes. Shit. Hoe los ik dit op? Gelijk van de metal naar de hiphop overstappen zou bij de metalheads verkeerd vallen, gewone rock past niet na metal. Lars zag de paniek in mijn ogen en zei lachend “succes”. Iets wat ik ook gedaan zou hebben als het andersom was geweest, dus ik neem hem niets kwalijk.

Halverwege de set van Nembrionic koos ik voor de dood of de gladiolen, een alles of niets poging, uit pure wanhoop. Lars zag mij een LP uit mijn tas halen en een track klaarzetten. Hij vroeg “wat ga je doen?” en ik zei “ik ga of een feestje bouwen, of de zaal verbouwen, het kan beide kanten op”. Een paar nummers later zat de takkeherrie van Nembrionic er op, ik kreeg een seintje van de geluidsman dat het mijn beurt was, start de plaat in, duik weg achter mijn mengpaneel om vervolgens gejuich uit de zaal te horen. En direct liepen hiphoppers en metalheads gezamenlijk polonaise op Y.M.C.A. van de Village People. Het werd niet de dood, het waren de gladiolen, zoveel mensen kwamen lachend naar me toe om te zeggen dat ze nog nooit zoiets geniaals hadden meegemaakt. En Lars? Die stak breed lachend zijn duim omhoog.

Uit het bovenstaande is duidelijk geworden dat ik geen metal liefhebber ben. Maar ik heb wel lang genoeg met metal gasten rondgehangen om besmet te raken. Niet met de muziek, wel met de denkwijze van black metal. Dat blijkt wel iedere keer als we naar ons favoriete restaurantje in Toa Payoh gaan, D’Life, een geweldig en goedkoop vegetarisch restaurant. Op de hoek van de straat, schuin tegenover de bushalte staat een kerk. En iedere keer lees ik op de muur van de kerk de naam. Althans, deel van de naam. De kerk heet “Church of the risen Christ” maar mijn door metal besmette brein lees keer op keer “Church of the rotten Christ”. Ik weet zeker dat Lars weer breed lachend zijn duim omhoog steekt als hij dit leest.

Geef een reactie