10 voor taal

      Geen reacties op 10 voor taal

Ik ben geen Neerlandicus, ik zal dat ook nooit worden. Foutloos schrijven doe ik ook niet. Vroeger was taal, welke taal dan ook, geen favoriet op school, een 6 of 7 was genoeg. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik taal ga waarderen, hoe meer ik de schoonheid van taal is. En hoe meer ik me realiseer dat Nederlands echt een prachtige taal is.

Ik ben Nederlander, mijn Nederlands is dus vloeiend. Alhoewel dat tegenwoordig geen automatisme meer is, helaas. Mijn Engels is door jarenlange ervaring bijna net zo vloeiend, ik kan me redden in het Duits en in noodgevallen zou ik mezelf in het Spaans ook nog wel kunnen redden. Weliswaar met veel moeite en zeer gebroken, maar toch.

Ik vind het wel mooi om te zien hoe wij, Nederlanders, onze eigen taal als normaal zien en lachen woorden in andere talen. Zo sprak ik ooit iemand die wat lessen Chinees had gehad, en die zat smakelijk te vertellen dat als je de Chinese karakters van avocado letterlijk vertaalde de vrucht “krokodil appel” heet. En vermakelijk vond hij dat. Tot ik vroeg “en hoe hard denk jij dat een Chinees lacht om onze aardappel?”. Toen werd het stil. Afrikaans is ook een prachtige taal, een taal die wij Nederlanders kunnen volgen als het langzaam gesproken wordt, maar waar sommige woorden ook wel heel letterlijk vertaald worden. Een duikboot is een ‘kan nie zie nie boot’ en kunstmest wordt ‘verneuk poep’. Daar heb ik onlangs nog een pracht van een gesprek over gehad met een Zuid Afrikaanse ober bij één van de cafés waar we nog wel eens een sigaartje roken. Het gesprek ging ook over de Zuid Afrikaanse zangeres Karen Zoid, waar ik een cd van heb en die vol staat met liedjes die ik half kan verstaan. Prachtig.

 

En soms, soms kom je een woord tegen dat je je hele leven al gebruikt, en waarvan je plots denkt “verrek”. Dat had ik van de week terwijl ik een boek van Stephen King aan het lezen was. 22-11-63, een hele dikke pil. Heerlijk boek, ik heb het verslonden. Maar de hoofdpersoon had het over een fopspeen. Fopspeen, ik ken het woord al mijn hele leven. Ik gebruik het al mijn hele leven. Verbaal dan he, ik denk dat ik er al ik geen 42 jaar of langer eentje in mijn mond heb gehad. Maar plots viel het kwartje, het is een namaak tepel om een kind te laten stoppen met huilen. Het woord spenen wordt gebruikt om aan te geven dat nakomelingen moedermelk krijgen. Een namaak speen om een kind te foppen. Fop speen, fopspeen. Zo had ik nog nooit naar het woord gekeken, en boem! Ineens kwam de etymologie mij binnen, alsof ik naar een aflevering van 10 voor taal zat te kijken. Fopspeen, die mag in het rijtje aardappel, alligator appel, kan nie zie nie boot en verneukpoep. Wat is taal toch mooi.

En nu ga ik even lekker naar Karen Zoid luisteren, Afrikaners is plesierig.

fopspeen

Geef een reactie