De grens oversteken tussen Singapore en Maleisië klinkt als iets wat je in een uurtje doet. In theorie klopt dat ook. In de praktijk is het echter een oefening in geduld, planning en frustratie. Wie ooit in de file op de brug heeft gestaan weet: het is een logistiek drama van formaat. En dat terwijl de oplossing eigenlijk verrassend simpel lijkt.
Twee bruggen, dubbel zoveel gedoe
Singapore heeft twee landgrensovergangen naar Maleisië via de deelstaat Johor:
- Woodlands Checkpoint – de drukste en oudste verbinding.
- Tuas Checkpoint – ook wel de ‘Second Link’ genoemd.
Beide grenspunten bestaan uit lange bruggen waar je eerst door de Singaporese douane moet en daarna, een paar honderd meter verder, door de Maleisische. En dat geldt voor álle reizigers: automobilisten, motorrijders, buspassagiers. Het resultaat? Files die kunnen oplopen tot zes uur.
Er is zelfs een app waarmee je via live camerabeelden kunt zien hoe erg het is. Niet om het probleem op te lossen, maar om jezelf mentaal voor te bereiden.

Met de bus? Dan mag je drie keer overstappen
Wie denkt slim te zijn door de bus te pakken, komt bedrogen uit. Want aan beide kanten van de grens moet je uitstappen, met je bagage, langs de paspoortcontrole en door de scan. Daarna moet je hopen dat je weer op tijd in dezelfde bus stapt. En het hele circus herhaalt zich een paar minuten later bij de tweede grenspost.
Het dubbel checken van paspoorten, bagage en voertuigen zorgt voor gigantische vertragingen. En waarom? Omdat beide landen hun eigen controle op hun eigen grond willen doen. Begrijpelijk, maar niet efficiënt.
Waarom werkt het met de trein dan wél?
Er is één uitzondering: de trein tussen Woodlands (Singapore) en Johor Bahru. Deze doet er minder dan vijf minuten over, en de douane werkt daar wél efficiënt. Aan het begin van je reis ga je eerst door de Singaporese grenscontrole en een paar meter verder door de Maleisische. Daarna stap je in en ben je klaar. Geen vertraging, geen dubbele wachttijd. Helaas rijdt de trein maar één keer per vijf kwartier en zijn de kaartjes vaak al weken van tevoren uitverkocht.
Hoe het beter kan – en waarom dat logisch is
Wat als je de twee grenscontroles fysiek achter elkaar zet, aan dezelfde kant van de brug? Een soort drive-through waarbij eerst Singapore je paspoort controleert en direct daarna Maleisië. Net zoals bij fastfood: je betaalt bij het eerste loket, haalt je bestelling bij het tweede. Alleen krijg je hier in plaats van frietjes een stempel.
Zo’n systeem zou de filevorming op de brug zelf elimineren. Je zou alleen nog wachten vóór de controle, wat overzichtelijker en veiliger is. En voor busreizigers? Zorg voor een aparte busstrook met duidelijke haltes en goed geregelde overstaptijden. Dan hoeven ook zij niet eindeloos te wachten.
Een nóg slimmer systeem? Verplaats de controle van verkeer uit Singapore naar Johor, en vice versa. Laat beide douanes samenwerken op één plek. De brug blijft dan filevrij en de grensposten worden efficiënter benut.
Tot slot: stempels stapelen
Voor frequente reizigers zoals ik zit er nog een bijkomend probleem aan: paspoortpagina’s. Mijn paspoort is nog twee jaar geldig, maar door de vele in- en uitstempels is het bijna vol. Tijd voor een business paspoort met extra pagina’s. Want elke reis tussen Singapore en Johor kost je minstens twee stempels – en vaak ook een paar uur van je leven.
Kortom: de chaos bij de grens is frustrerend, maar niet onoplosbaar. Als het met de trein kan, dan moet het ook met de bus en auto kunnen. Laten we hopen dat de beleidsmakers ooit in dezelfde file belanden – en er dan wél iets aan doen.
