We wonen in een typische Singaporese HDB-flat. Dat zijn door de overheid gebouwde appartementen, maar totaal niet te vergelijken met de sociale woningbouw zoals we die in Nederland kennen. Je koopt een HDB, maar je koopt het binnen een systeem vol regels. Het mooie is: het maakt wonen in Singapore voor de meeste inwoners tenminste enigszins betaalbaar. Het overgrote deel van de bevolking woont er dan ook.
Wij wonen in een oudere flat, eentje uit de late jaren zestig. De wijk heeft een oudere demografie, veel pensionado’s. En dat merk je: we zien regelmatig begrafenissen. Vooral de Chinese rituelen vallen op. Meerdere dagen rouw op een open maar overdekte plek, familie en vrienden die langskomen voor een laatste eer. De plek bij onze flat en de flat ernaast is zeker twee keer per maand in gebruik. Daardoor wordt de buurt langzaam jonger, maar dat is bijzaak.
De galerij en onze buren
Onze lift staat centraal. Links en rechts een rij van zes appartementen. De eerste buur is een oude vrijgezelle dame die, hoe cru het ook klinkt, waarschijnlijk 2027 niet haalt. Ze is de laatste maanden enorm broos geworden. Daarnaast woont een vrijgezelle vrouw — “jong”, maar in HDB-termen betekent dat eind dertig, want pas vanaf je 35e mag je als single een appartement kopen.
Dan komen Michael en Ah-da. Een koppel dat net iets ouder is dan Cindy en ik. Hij is Singaporees Chinees, zij is Thai. Ze spreekt een beetje Engels maar vloeiend Mandarijn. Ze zorgt voor onze katten als we op vakantie zijn, en als ik Thais kook pluk ik met toestemming een paar kaffir lime bladeren van het boompje dat bij haar voordeur staat. Ik breng haar dan een kom Tom Yam Kung — restaurantkwaliteit, zegt ze — gemaakt door een farang, wat ik dan weer hilarisch vind.
Naast ons wonen Mr. Koh en Mdm Wan. Ze zijn in de zeventig en hij gaat nog elke dag naar werk, puur om niet de hele dag met zijn vrouw te hoeven zijn. Mdm Wan is een klassieke roddeltante. Ze spreekt alleen Mandarijn, dus ik heb weinig last van haar, maar Cindy krijgt álles mee. Als ze Chinese vegetarische curry maakt, brengt ze altijd een flinke portie voor mij langs. Koken kan ze. Alleen is ze half doof, dus we horen haar de hele dag schreeuwen in haar telefoon. Ach ja — ze klaagt niet als mijn vrienden langskomen en herrie maken. Geven en nemen.
En dan zijn wij aan de beurt, gevolgd door onze laatste buurman: Mr. Ho.
Mr. Ho: De Legende van de Gallerij
Mr. Ho is ergens in de tachtig en zo krom dat hij bij zijn begrafenis waarschijnlijk in een oude tractorband moet worden gelegd. Hij was ooit politieagent, is altijd vrijgezel gebleven en is ronduit wereldvreemd. Hij veegt de galerij drie keer per dag. In zijn woonkamer hangen overal plastic tasjes. En je moet het niet wagen langs zijn deur te lopen om de trap te nemen — folderbezorgers krijgen geregeld een tirade over zich heen.
Elke dag veegt iemand van de gemeente de galerij. Eens per maand komen ze met een hogedrukspuit. En elke maand opnieuw ontstaat er een strijd tussen de schoonmaker en Mr. Ho. Hij pakt de spuit af en doet het zelf. Maar zodra hij mij ziet, dimt hij direct in. Geen idee waarom, maar ik neem het.
Aircon-oorlog op de galerij
Vorige week werd onze aircon vervangen. Nieuwe units, nieuwe compressor — dus grote dozen die moeten worden uitgepakt. Ik had de installateurs al gewaarschuwd voor onze rare buurman. Maar ze hadden de ruimte voor zijn appartement ook nodig, vooral het stukje bij de trap.
Ik zat binnen aan mijn aircon-blogje te schrijven toen ik zijn stem hoorde. Hard. Heel hard. Hij stond onze installateurs uit te schelden. Ik rende naar buiten en blafte terug, autoritair en zonder aarzelen:
“Back off, Mr. Ho. They are here to work on our apartment and we need the space.”
Dat werkte. Hij kalmeerde meteen. Ik legde hem rustig uit wat er gebeurde en de installateur beloofde alles netjes schoon achter te laten. Ik dacht dat alles geregeld was.
Maar een kwartier later begon hij opnieuw. Toen klaagde hij dat alles “gebalanceerd” moest zijn, niet alles voor zijn appartement. Dat was voor mij de druppel, want voor onze deur stond óók alles vol. Dat vertelde ik hem dus luid en duidelijk. En ik zei dat als hij nóg een keer zou klagen, hij zelf maar de politie moest bellen — en dat als hij de werklui bleef lastigvallen, ik dat dan zou doen.
Ook dat werkte. Maar het is triest dat het zover moet komen.
Mr. Ho is in de tachtig. Kinderloos. Nooit familie, nooit vrienden. Ik vermoed dat zijn begrafenis er een wordt met weinig bezoekers. Een stille afsluiting van een stil, vreemd leven. En hoe irritant hij soms ook is — dat idee stemt eigenlijk best verdrietig.
