Ik woon, nu nog heel even, in Wormer en daar hebben we een pracht van een openlucht zwembad. Gedateerd, dat wel, maar met drie baden en een grote zonneweide al maak ik alleen maar gebruik van het grote bad. Iedere ochtend zwem ik minimaal een half uurtje, weer of wind, vanaf eind april wanneer het bad open gaat tot begin september wanneer het bad sluit.

Afgelopen jaar was het afzien, een slechte zomer en dus weinig inkomsten voor het zwembad. Dan moet er op de kosten gelet worden en de manager besloot dan ook het water niet te warm te stoken. En met ‘niet te warm’ bedoel ik dat je jezelf vergeleek met een Russisch of Finse wakduiker. Ook heb ik wel eens geroepen dat Sven Kramer zijn trainingsrondjes kon schaatsen in het zwembad omdat het water zo stervenskoud was. Het was altijd even alle moed verzamelen op de rand, springen en dan snel één of twee volle baantjes trekken op volle snelheid om maar weer op warmte te komen. Iedere dag weer, zodra ik het water in sprong, trokken mijn ballen zich terug naar een plek waar ze niet meer waren geweest sinds dat ze ingedaald waren om over de rest maar te zwijgen. En toch iedere dag weer gaan.

Dit jaar was het anders, we hebben een bizar warme zomer, de kachel van het zwembad heeft allen in de eerste weken even aangestaan maar daarna was het niet nodig omdat de buitenlucht en de lange dagen vol zonneschijn het water voldoende verwarmde. Tot zondag, na de regen en de daling van de temperatuur tot normale proporties was het gisteren flink schrikken toen ik vol goede moed het bad in sprong, dat was even anders dan de afgelopen maanden. Ik was gelijk wakker, het regenwater dat het bad had gevuld, de waterstand was hoger dan normaal, was veel kouder en dus was het een behoorlijke schok. En vanmorgen was het nog erger, nog kouder. Voor het eerst dit seizoen waren de kinderen die aan het lessen waren ook aan het huilen, puur vanwege het koude water. Fijn was anders. Bij thuiskomst heb ik ruimte gemaakt in de vriezer en ben een kwartiertje tussen de bevroren broccoli en bloemkool gaan zitten om op te warmen.
Toen ik warm was ben heb ik mijn neefje opgehaald en ben naar de IKEA geweest. Voor mij was IKEA altijd de Zweedse vertaling van hel, al weet ik nu beter, het is vagevuur. Primark, dat is de hel. Maar ik had iets nodig van de IKEA en dat in combinatie met de nieuwe vegan hotdog die ze hebben zorgde er voor dat ik richting Haarlem tufte, met mijn neefje Simon van 8. Die ging mee omdat hij hoorde dat je zelf ijsjes kon tappen, dat leek hem wel iets. Na een lunch met vegetarische Zweedse balletjes, die mij overigens niet heel erg konden bekoren, voor mij en frietjes voor Simon maar even gekocht wat ik moest kopen, grote bakken om wat spullen in op te slaan. En aangezien ze in Singapore ook een IKEA hebben ook maar even het assortiment bekeken en dingen op het wensenlijstje gezet voor onze nieuwe woning, zoals bamboe snijplanken, bamboe schaaltjes, een vierkant servies (Cindy wil graag vierkant) en nog wat andere dingen. Het is goed om te weten dat ik het daar ook kan kopen, scheelt weer inpakken en verschepen.

Dan na het afrekenen nog even het ijsje scoren voor Simon, en daar waren ook de vegan hotdogs te koop. Het worstje ziet er niet appetijtelijk uit, maar de smaak is prima. De rode kool die je er voor tien cent bij kunt kopen vond ik te zuur, die sla ik voortaan over. En tot mijn grote verrassing was er een speciale mosterd voor bij de veggiedog, dus zelfs daar houdt IKEA rekening mee. IKEA verdient daardoor wel wat extra credits bij mij, ze komen ook nog met soja ijsjes binnenkort en nemen echt een voortrekkersrol in het verduurzamen van de consumptie maatschappij op deze manier. Alleen jammer dat de winkel nog altijd de haren op mijn armen en achter in mijn nek overeind doet staan, al wordt dat wel steeds minder. Op naar de IKEA Singapore.

