Ik denk eigenlijk nooit na over de dood. Ik ben er niet bang voor, ik kijk er ook niet naar uit. Voor mij is de dood iets waarvan je weet dat je het niet kunt ontsnappen, je weet (meestal) niet wanneer het komt en dus is er niet veel om over na te denken. Maar het gaat ooit komen.
In Singapore worden alleen moslims begraven, alle niet-moslims worden gecremeerd omdat er simpelweg niet genoeg ruimte is voor zoveel begraafplaatsen. En zelfs de moslim graven worden na een x aantal jaar (ik meen dat het 15 jaar is) en worden daarna opgegraven en als er nog resten zijn worden die herbegraven in een groepsgraf van minimaal 8 tot maximaal 16 personen. Dit zal dus met Cindy en mij gebeuren, al zou het mij persoonlijk niet uitmaken als ze me cremeren.
Bij de andere geloven in Singapore is het gebruikelijk dat de urn met de resten in bewaarruimte bij een kerk of tempel komen te staan. Zo staat de urn van Cindy’s vader in een tempel waarbij rij na rij na rij prachtige rode urnen staan in een soort flat, tot wel twee meter hoog. De urnen zijn met goudgeel beschilderd met Chinese karakters. Het is altijd een zoekplaatje om bij de juiste urn te komen als je deze niet vaak bezoekt.
Als een peuter en kleuter woonde Cindy bij haar tante, en haar tante overleed tien jaar geleden op de jonge leeftijd van zestig. Zij ligt in een kerk en onlangs wilde Cindy daar naartoe. Om haar mentaal te steunen ging ik mee. De urnen-flat daar is meer klassiek, alle urnen staan in een flat achter een granieten deurtje met op de deur een tekst, een foto en de geboorte en sterfdatum. En dat laatste is waarom ik dit stukje tekst nu schrijf.
Ik ben geboren in 1972, ik ben dus 52 jaar terwijl ik dit schrijf. 52 is niet jong maar ook niet oud. Wel jong om te sterven, maar terwijl we naar alle foto’s en datums op de urnen keken werd het me heel duidelijk dat er zoveel mensen lagen die na mij geboren waren, die dus jonger waren en wel meer dan 20 jaar jonger, maar die er ondanks dat niet meer zijn. Die zijn allemaal jong gestorven, die hebben nooit een vol leven kunnen leiden. En ik heb het dan niet over kinderen, maar over jongvolwassenen die het leven zagen stoppen ergens in de twintig of dertig. Dan realiseer je je dat het leven breekbaar is, en vergankelijk. En dat ik dankbaar moet zijn dat ik er nog ben, en dat ik hopelijk nog een paar decennia mee kan.
