Afgelopen week, vrijdag de 17de om precies te zijn, ging Cindy onder het mes. Ik had een lunch op dezelfde dag met Hans, een Nederlander die in dezelfde industrie werkt als ik en waar ik, tijdens mijn vorige werk, veel contact mee had. Ik kon Hans ook al voordat ik die baan kreeg, we gaan heel wat jaren terug en hebben het altijd prima kunnen vinden. Het was dan ook leuk om even bij te praten en een hapje te eten.
Op weg naar de lunchafspraak werd ik gebeld door de chirurg dat de operatie prima geslaagd was en dat ik later die dag gebeld zou worden waar en wanneer ik Cindy kon bezoeken. Na de lunch, waarin ik heel wat leuke nieuwtjes hoorde en waar een zich een paar nieuwe kansen voordeden, stapte ik weer in de metro naar huis. En ergens tussen Bugis, waar we lunchten, en thuis ligt het ziekenhuis. Ik nam de gok en keek of Cindy al te bezoeken was. Helaas, ze lag nog op de verkoeverkamer. Terug naar huis dan maar, om een paar uur later weer richting het ziekenhuis te gaan.
Cindy was nog altijd ‘far out’ dus ik bleef niet lang en beloofde de volgende morgen vroeg terug te komen. Omdat ik de verzorger en ‘spoke person’ ben mocht ik buiten bezoekuren langskomen volgens de verpleegster. In ziekenhuizen in Singapore scan je jezelf in via je identiteitsbewijs en tot mijn grote verrassing werd ik geweigerd. Wat bleek, Cindy was zo zelfstandig dat een verzorger niet nodig was en Ashraf stond als ‘spoke person’ in de boeken. Laaiend was ik natuurlijk, en nadat ik eindelijk bij Cindy mocht zijn in de bezoekuren hebben we dat laatste rechtgezet. Gelukkig was het gelijk het laatste bezoek aan het ziekenhuis want ’s avonds mocht ze al mee naar huis.
Ik had alles gepland, Cindy zou niets hoeven doen. Het huis was schoon, het rook lekker, het bed was verschoond, je kent het wel. Maar op zondag begon ik te snotteren. En het was meer dan allergie, want op maandag kwam de koorts. En niet zo’n beetje ook. Zo erg dat ik besloot om op de bank te slapen zodat ik Cindy niet zou besmetten, die moest nog herstellen van een zware operatie. Dinsdag was nog slechter, in plaats dat ik voor Cindy zou zorgen, zorgde zij nu voor mij, wat bij mij weer frustratie opleverde. De nacht van dinsdag op woensdag was het hoogtepunt van de koorts, of het dieptepunt. Na twee dagen van koortsdromen alsof ik een delirium had werd ik midden in de nacht wakker om te plassen. Terug naar de bank en toen ging het los. Van binnen voelde ik me alsof ik gemaakt was van lava, terwijl mijn huid koud was. En het rillen, ik lag te schudden als een epileptisch patiënt, oncontroleerbaar, zo heftig dat ik niet eens de afstandsbediening van de plafondventilator kon vasthouden. Als ik op dat moment een telefoon had kunnen vasthouden had ik een ambulance gebeld want het was echt een koortsaanval die ik nog nooit zo heftig had gehad, en geloof me, ik heb met heftige koorts in het ziekenhuis gelegen als kind dus ik weet hoe zwaar het kan zijn.
Op donderdag moest ik toch echt boodschappen doen. Cindy kan nog geen zware tassen dragen, Ashraf werkt full time en komt pas na 7 uur thuis dus kwam het toch op mij neer. Ik voelde me ook iets beter en kon het mooi gebruiken voor mijn 10.000 stappen per dag challenge. Zelfs met koorts haalde ik die doelstelling nog altijd. De wandeling naar de supermarkt is bijna twee kilometer, ongeveer 2500 stappen. Normaal geen enkel probleem maar nu? Zwaar! Tot de supermarkt zonder masker, maar in de supermarkt deed ik toch een masker op vanwege mijn koorts. Helaas hadden ze niet alles, dus moest ik nog een tweede supermarkt in een paar honderd meter verderop, dus nog meer stappen. Normaal wandel ik ook terug, maar ik haalde net aan de bushalte en was volledig gesloopt. Het griepje had behoorlijk in mijn uithoudingsvermogen gehakt ook, maar uiteindelijk lukte het me toch om de 10.000 stappen te doen voordat de oogjes dicht gingen.
En nu, ik schrijf dit op zaterdag, voel ik me stukken beter. Nog niet 100% maar tenminste wel weer aan de positieve kant van de 50%. Sneller moe, ik slaap nog wat langer maar na het weekend moet ik er weer volledig staan.
