Mijn tour of duty

      Geen reacties op Mijn tour of duty

Ruim 20 jaar geleden, nog voor mijn eerste trip naar Azië eind 2005, vertelde een goede vriend van me dat zijn moeder net terug was van een rondreis door Vietnam. En dat klonk mij als een enorm avontuur in de oren. Vietnam, een land waar ik eigenlijk niets van wist behalve dan van de Vietnam oorlogsfilms en series die ik had gezien. Thailand en Indonesië, ja, daar dat waren bekende vakantielanden, maar Vietnam klonk, net als landen als Laos en Cambodja, toch wel enorm exotisch. En Vietnam heeft sindsdien altijd op mijn verlanglijstje gestaan.



Voor ons tienjarig huwelijksjubileum besloten Cindy en ik een paar dagen weg te gaan. En Cindy liet de keuze aan mij. Ze gaf wel een paar opties aan maar die waren allemaal te ver weg voor een korte trip, te duur of te lastig in verband met visa voor mij. Wisten jullie trouwens dat het Singaporese paspoort sterker is dan het Nederlandse? Cindy hoeft voor minder landen een visum aan te vragen dan ik. Maar dat weetje even achterwege latende, ik ging op zoek en dacht ‘laten we eens een nieuw land doen, niet naar een plek waar we al zijn geweest’. Ik wilde ook een bestemming die makkelijk te bereizen viel, dus geen lange busrit na aankomst. En bij voorkeur ook geen grote stad, want we wonen al in een grote stad. Indonesië, Thailand, Hong Kong, Maleisië, China, India, Cambodja vielen af maar Vietnam bleef over. En binnen Vietnam viel de keuze op Da Nang.

Natuurlijk gingen, zoals altijd, de wenkbrauwen van Cindy omhoog toen ik haar vertelde dat we naar Da Nang gingen maar al halverwege de vakantie kreeg ik complimenten voor de perfect uitgekozen locatie en het hotel dat ik had gekozen. Het boutique hotel Salmalia, letterlijk een steenworp van My Khe beach. En dat strand is ooit door Forbes Magazine uitgeroepen tot één van de zes mooiste stranden ter wereld.

En een mooi strand is het. Breed, met heerlijk zacht zand. Het zand is veel zachter en fijner van structuur dan het zand op Nederlandse stranden. Heel fijn om op te wandelen met blote voeten. En dan de zee, doordat het in een brede baai ligt loopt de grond langzaam af waardoor je vrij ver kunt lopen voordat je kopje onder gaat. De golven zijn gemoedelijk en het water is rond de 30 graden, dus heerlijk warm. En helder. Ik snap wel dat Forbes het strand zo hoog aanschreef.

Verkeer in Vietnam

Het verkeer in Vietnam is een verhaal apart. Ik verwachtte tuktuks zoals in Thailand en Cambodja maar nee. Wel veel motoren en veel Vietnamese elektrische auto’s, VinFast. Goede auto’s moet ik zeggen, mooi en comfortabel. En oversteken is een sensatie. Je moet gewoon langzaam oversteken en de motoren houden rekening met je, die rijden om je heen. Net als in Cambodja. Dat gaat prima en zonder problemen.



Ba Na Hills

Een van de grote toeristische attracties in de buurt van Da Nang is een oud Frans resort hoog in de bergen, Ba Na Hills. Het is zo’n 100 jaar oud maar was vervallen en pas 20 jaar geleden is het weer opgeknapt en een toeristische attractie geworden. Online had ik gelezen dat vroeg arriveren, voor de toerbussen komen, het beste was want dan was het nog rustig. En dat deden we dus. Uurtje rijden en dan bij aankomst de kabelbaan in. En die rit met de kabelbaan was lang, en hoog, over ongerepte jungle. Prachtig en daarom ook indrukwekkend dat ze vier van deze kabelbanen door de jungle hebben kunnen aanleggen. Dat moet een enorme operatie zijn geweest. 



Omdat Ba Na Hills zo hoog ligt was het lekker koel, en mooi. De bekende brug, opgehouden door twee handen is een prachtig stukje engineering. De speciale treintjes zijn leuk en de Vietnamese koffie was heerlijk. Maar het Franse dorp was te toeristisch, te namaak, een beetje Disney-light. Toch was het heerlijk vertoeven op een terrasje met een sigaartje in de relatieve koelte. 





De dragon brug




Een attractie in Da Nang zelf is een brug met daarop een grote gouden draak. En drie avonden per week spuugt die draak vuur en water om 9 uur ’s avonds. Er zit een grote markt naast met veel Street food, dus besloten we daar heen te lopen. Maar in Da Nang zelf is het stinkend warm, de twee kilometer van het hotel naar de brug voelde als een halve marathon. Streetfood was goed, maar de vuurshow een enorme tegenvaller. Ik had het wel kunnen missen.





Hoi An en bootje varen



Een andere dagtrip was naar het toeristenstadje Hoi An. Een prachtig stadje maar enorm toeristisch. Met een drukke avondmarkt, te druk. Het ziet er wel prachtig uit met gerestaureerde huizen, allemaal in mooi geel en rood. En enorm veel lantaarns, allemaal ambachtelijk gemaakt. Leuk om eens te zien maar niet voor herhaling vatbaar.





Wat wel voor herhaling vatbaar is was het bootje varen bij Coconut Forest. Je kan het niet echt een bootje noemen. Het is een grote halve kokosnoot, gemaakt van plantaardig materiaal en een plastic coating. Een schipper peddelt voor je. Je kan het een Vietnamese gondola noemen. Eerst een stukje door het bos en dan naar een lagune waar je bij diverse karaokepontons mee kan zingen. Dat zingen heb ik maar gelaten want dat had vast paniek opgeleverd bij de andere bootjes.





En bij terugkomst bij het beginpunt hadden we nog entertainment. Terwijl we heerlijk zaten te genieten van een kokosnoot vond er een heuse knokpartij plaats aan de andere kant van het riviertje. Mannen in singlets, sommige met grote messen in hun handen, die de confrontatie met elkaar aan gingen. Gelukkig werden de messen niet gebruikt, maar het was wel sensatie. En wij zaten aan de veilige kant, dus geen probleem.





Voor de rest hebben we lekker gerust, genoten van het weer, van de pho, van het strand, van massages en van elkaar. En we hebben afgesproken dat we Vietnam verder gaan exploreren

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *