Katten

      Geen reacties op Katten

Voor zolang als ik me kan herinneren heb ik katten gehad, ondanks een lichte allergie voor katten. Slechts korte periodes in mijn leven heb ik zonder kat gezeten. Volgens mijn moeder lag kater Gerrit altijd bij mij in de wieg, maar Gerrit was al dood voordat mijn eerste herinneringen bleven plakken.

Toen ik op de kleuterschool zat kregen we Bromsnor, een naam die ik verzonnen had want katten hebben een snor, en katten maakten in mijn 4-jarige hoofd een brommend geluid als ze spinnen. Bromsnor zakte na een aantal jaar door het ijs tijdens een dooi periode, kon niet uit het wak komen en toen de vorst weer inzette was hij ten dode opgeschreven. Ik was degene die hem vond tijdens het schaatsen en zal dat moment nooit vergeten.

Bromsnor werd vervangen door Saartje, een lieve schat die met mij mee ging toen ik het huis uitging, en Saartje leefde tot de rijpe leeftijd van 18 of 19 voordat haar nieren het opgaven. Saartje was een schootkat, die het liefst wilde dat ik de hele dag televisie keek zodat ze op schoot kon liggen. Ze is begraven in de tuin van mijn ouderlijk huis, de tuin waar ze zo graag verbleef. Achter de tuin, aan de dorpsstraat, lag een weiland. Ik was in de zomer van 1992 twee maanden in Engeland, en toen ik thuiskwam zag ik Saartje helemaal achter in het weiland. Ik riep haar naam, en in één lange sprint kwam ze terug. Het zwarte stipje werd steeds groter. Ook een onvergetelijk moment.

Na Saartje wilde ik geen katten meer, maar ik had toen iets met een hele lieve dame in Brugge. Zij had echter mentale problemen en zou een paar weken opgenomen worden. Familie woonde niet in de buurt, dus ze zat met haar katten, Flo en Quila. Dus nam ik ze maar mee, dat zou tijdelijk zijn. Tijdelijk werd echter permanent, en toen dat duidelijk werd zocht ik een nieuw huisje voor Quila want die kon niet aarden op een flat, dat was een buitenkat. En op dat moment woonde in op het Roggeplein in Zaandam, in een flat. Flo, de spierwitte kater, bleef wel bij mij. Flo was door mijn ex gevonden toen hij op sterven na dood was. Zelfs de dierenarts zei tegen mijn ex dat het beter was om hem in te laten slapen, maar ze weigerde en maakte hem toch weer gezond. Hij was ooit mishandeld en miste tanden. Hij was ook heel wantrouwig naar mensen, maar vanaf het eerste moment was hij okay met mij. Toen ik Flo en Quila meenam naar Zaandam was Flo nog altijd bang van mensen, zo bang dat hij de hele vensterbank onder plaste toen hij mijn moeder binnen zag komen lopen en niet kon vluchten. Maar na 6 maanden was Flo een schootkat die bij iedereen op schoot kroop, echt een knuffelaar.

Eenmaal terug in Wormer zei ik weer “geen kat meer” maar toen las ik een oproep op Facebook. Een gezin met een kruipertje hadden een kat die erg schichtig was en dus de hele dag onder de bank of kast verstopt zat. Door de stress likte ze zichzelf kaal en ze zochten een nieuw adres voor haar. Ik kon het niet over mijn hart halen om dat te weigeren en dus adopteerde ik Mitsy. En de eerste week was ik Mitsy kwijt. Ik wist dat ze in huis was, want het schaaltje eten was iedere ochtend leeg, maar ik kon haar nergens vinden. Langzaam maar zeker kwam ze uit haar schulp en in de 3 jaar dat ik haar heb gehad ging ze van een schichtig bang beestje dat overal bang voor was naar een zelfverzekerde dame. Het moeilijkste van mijn emigratie naar Singapore was het achterlaten van Mitsy.

Het was ook tijdens mijn reizen naar Singapore dat ik merkte dat ik daar nooit moest niezen en in Nederland wel. Een allergietest bij de huisarts bevestigde: berken en katten. Nu groeien er geen berken in Singapore en als ik dus geen kat zou nemen was alles prima. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Tijdens covid gaf ik Aqila een keuze voor haar verjaardag. Een kitten of een staycation. Ze koos voor een kitten maar ze wilde geen zwarte want “dan zie ik hem niets als het donker is en dan kan hij me laten schrikken” maar goed, het werd een zwarte kitten. Door de kleur kwam Aqila op de naam: Cinder. En Cinder was zowel een schatje als een duivel. Aanhankelijk, speels maar soms zag je dat hij veel verder ging dan speelmodus en viel hij echt aan. Zo beet hij Cindy ooit tot bloedens toe, om vervolgens weer de liefste kat ter wereld te zijn. Cinder sliep ook met ons, niet ‘s nachts maar alleen als één van ons een middagdutje deed. Als je dan op je linkerzij ging liggen kwam hij in je armen, als je op je rechterzijde lag dan kwam hij niet. Helaas is dat over. Tot deze week, en dan niet op bed maar zodra ik probeer te werken of iets op mijn computer zit te kijken. Hij klimt op mijn bureau, draait een keer rond en nestelt zich dan comfortabel in mijn armen zoals hij deed toen hij nog een kitten was.

Naast Cinder hebben we Dalvey, een pittig dametje die het liefst naast mijn hoofd ligt te slapen, en Milo, een bruine Siberische kater maar over die lieve duivel schrijf ik volgende keer iets.

Hier twee foto’s van Cinder op mijn bureau, eentje van 4 jaar terug, eentje van gisternacht toen ik Ajax – RKC zat te kijken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *