Ik ontsnap al dertig jaar aan kerst, maar niet aan Chinees Nieuwjaar

Al vanaf het moment dat ik op mezelf ging wonen – bijna dertig jaar geleden inmiddels – heb ik één vaste regel gehad: geen decoraties. Geen kerstboom. Geen kerststal. Geen slingers. Geen oranje vlaggetjes tijdens een WK. Niet eens ballonnen of linten op mijn verjaardag. Mijn huis was altijd gewoon… een huis. Functioneel, rustig en vrij van alles wat je één keer per jaar uit een doos op zolder haalt.

Als kind lag dat anders. Een kerstboom vond ik leuk. Niet zozeer de boom zelf, maar het optuigen. Dat was een soort project. Lampjes testen, ballen ophangen, proberen de slingers recht te krijgen. Dat gevoel verdween ergens rond mijn puberteit. Vanaf dat moment werd kerst vooral iets wat moest. En alles wat moet, verliest voor mij snel zijn charme.

Toen ik later trouwde met een moslima dacht ik: dit is ideaal. Geen kerstboom, geen kerststal, geen discussies. Dat hoofdstuk was definitief afgesloten. Waar ik echter totaal geen rekening mee had gehouden, was het Chinese bloed.

Hoe groot Chinees Nieuwjaar écht is

In Nederland – en eigenlijk in heel West-Europa – hebben we geen flauw idee hoe groot Chinees Nieuwjaar werkelijk is. Voor ons is het iets met drakendansen, vuurwerk op YouTube en misschien een versierde straat in Chinatown. Maar in werkelijkheid is het het grootste jaarlijkse evenement ter wereld.

Het is de grootste massaverplaatsing op aarde. Groter dan de hadj, de jaarlijkse pelgrimage van moslims naar Mekka. Honderden miljoenen mensen reizen terug naar hun geboorteplaats om het nieuwe jaar met familie te vieren. Het is cultureel, spiritueel en sociaal van een totaal andere orde dan kerst ooit zal zijn.

En bij zo’n feest hoort natuurlijk… decoratie. Veel decoratie.

Rood, rood en nog eens rood

Waar wij in Nederland een kerstboom in de woonkamer zetten, pakken Chinezen het anders aan. Die plakken hun hele huis vol. Lampionnen. Slingers. Rode decoraties. Gouden accenten. Ledverlichting. Alles is rood, want rood staat voor voorspoed, geluk en welvaart.

De eerste jaren deden we niet echt mee. Hooguit twee of drie decoraties. Een lampion hier, iets kleins daar. Dat was voor mij nog te overzien. Een soort symbolisch meedoen zonder meteen los te gaan.

Maar sinds vorig jaar is Cindy volledig los.

Van minimaal naar maximaal

Het begon onschuldig. Een slinger met ledlichtjes in de woonkamer. Daarna nog eentje. Vervolgens decoraties in onze planten. Lampionnen aan het plafond. Nog meer ledlichtjes, dit keer ook op de galerij buiten. En alsof dat nog niet genoeg was, kwamen er extra accenten bij die ik niet eens meer kan bijhouden.

Ons huis verandert in de weken rond Chinees Nieuwjaar langzaam maar zeker in iets wat je het beste kunt omschrijven als een kruising tussen een tempel en een kerstafdeling op steroïden. Alles gloeit. Alles knippert. Alles is rood.

En het mooie is: ik heb geen poot om op te staan.

Ontsnappen lukt niet altijd

Ik ben iemand die al dertig jaar moeiteloos aan kerst weet te ontsnappen. Geen boom, geen verplichtingen, geen decoratieve stress. Maar Chinees Nieuwjaar? Daar valt niet aan te ontkomen. Niet als je samenwoont met iemand die het feest niet alleen viert, maar omarmt.

En eerlijk is eerlijk: er zit iets moois in. Het is geen commerciële dwang zoals kerst hier vaak voelt. Het gaat om familie, om samen eten, om geluk wensen en om een nieuw begin. Zelfs al zit mijn huis tijdelijk vol lampjes waar ik normaal gesproken spontaan jeuk van krijg.

De ironie van het leven

Ik dacht ooit slim te zijn. Geen kerstboom, geen kerstgedoe, klaar. Maar het leven heeft gevoel voor humor. Ik ontsnap al dertig jaar aan kerst, maar word nu elk jaar ingehaald door Chinees Nieuwjaar. Met slingers. Met lampionnen. Met ledlichtjes. Heel veel ledlichtjes.

En weet je? Ik laat het maar gebeuren. Eén keer per jaar. Daarna gaat alles weer terug in dozen. Tot volgend jaar.

Want sommige tradities ontloop je niet. En sommige win je gewoon niet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *