Wennen aan links rijden – 700 kilometer tussen Johor Bahru en Kuala Lumpur

Een paar weken geleden schreef ik al dat ik hier in Singapore met mijn neus in de boeken zat om eindelijk mijn rijbewijs om te zetten. De ambitie is er nog steeds, maar de realiteit is dat mijn agenda momenteel weinig ruimte laat voor echte voortgang.

Toch heb ik niet stilgezeten. Integendeel. Ik heb de afgelopen weken behoorlijk wat kilometers gemaakt — alleen niet officieel met een Singaporees rijbewijs, maar als toerist over de grens in Maleisië.

Geen behoefte aan een auto in Singapore

Een goede vriend van mij, die onder andere een autoleasebedrijf heeft, probeert me al jaren te overtuigen om mijn rijbewijs hier om te zetten. Zijn argument is simpel: hij heeft altijd auto’s stil staan en ik zou er op elk moment één kunnen gebruiken.

Alleen heb ik daar in Singapore weinig behoefte aan. Het openbaar vervoer is efficiënt, schoon en betrouwbaar. Taxi’s zijn betaalbaar. Files zijn voorspelbaar. Een eigen auto voelt hier meer als luxe dan als noodzaak.

Maar het verhaal veranderde toen hij in Maleisië een oudere auto kocht voor gebruik rond zijn appartement in Johor Bahru.

Maleisisch kenteken, andere dynamiek

Er wordt in Maleisië toch anders gekeken naar een auto met Maleisisch kenteken dan naar een auto met Singaporese nummerplaat. Zeker door verkeerspolitie.

Voor mij zit het praktische voordeel vooral in de regelgeving: in Maleisië ben ik een toerist. Met mijn Nederlandse rijbewijs mag ik daar gewoon rijden — zolang het geen auto met Singaporees kenteken is, vanwege verzekeringsvoorwaarden.

En dus kreeg ik de kans om daar rustig te wennen aan het links rijden.

Links rijden is niet het probleem

Veel mensen denken dat links rijden het grootste obstakel is. Dat valt eerlijk gezegd enorm mee. Na tien minuten ben je eraan gewend. Je volgt het verkeer, rotondes draaien vanzelf de juiste kant op, en je brein past zich razendsnel aan.

Waar ik wél moeite mee heb, is dat niet alleen het stuur aan de “verkeerde” kant zit, maar dat ook de bediening gespiegeld is.

De richtingaanwijzer en de ruitenwissers hebben van plek gewisseld.

Het resultaat?

Ik zet met grote regelmaat de ruitenwissers aan als ik van rijstrook wissel. Of ik begin enthousiast te knipperen zodra de eerste regendruppels vallen. Tot groot vermaak van mijn vrienden op de achterbank.

350 kilometer noordwaarts

Afgelopen weekend hebben we het serieuzer aangepakt. Vrijdagmiddag stapten we met z’n vieren in de auto en reden zo’n 350 kilometer noordwaarts richting Kuala Lumpur.

Een lange rit, maar een prettige. De Maleisische snelwegen zijn over het algemeen prima. Het verkeer is minder strak gereguleerd dan in Singapore, maar tegelijk ook wat losser.

In Kuala Lumpur hebben we vrienden ontmoet, uitgebreid bijgepraat en natuurlijk sigaren gerookt — een vast onderdeel van dit soort weekenden. Zondag reden we dezelfde 350 kilometer weer terug. Eerst naar Johor Bahru voor wat voordelige boodschappen en daarna de grens over terug naar Singapore.

Terug wennen in Nederland?

En nu?

Nu ben ik — tussen aanhalingstekens — een beetje “bang” dat ik over een paar weken opnieuw moet schakelen wanneer ik in Nederland weer achter het stuur kruip.

Want hoe snel je ook went aan links rijden, het brein slaat het blijkbaar net zo makkelijk op als nieuwe standaard.

Straks zet ik op de A2 de ruitenwissers aan om in te halen. Of probeer ik op een Nederlandse rotonde linksom te rijden.

Misschien is het toch tijd om dat Singaporese rijbewijs maar eens serieus af te ronden.

Al is het maar om officieel te kunnen zeggen dat ik nu op twee continenten wegen onveilig maak. Voeg daar Noord Amerika aan toe en dus heb ik een auto bestuurd op drie continenten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *