Vandaag was weer een vruchtbare dag, ik heb veel kunnen doen voor mijn nieuwe bedrijfje, veel mensen aangeschreven maar helaas nog niet te veel aan de website zelf kunnen doen, daar ga ik morgen weer mee bezig en dan Jessy van de WordPress Dokter maar flink lastig vallen. Zaterdag en zondag heb ik evenementen waar ik heen moet voor mijn nieuwe bedrijfje, en ik hoop maandag dan de eerste verslagen ‘live’ te kunnen zetten en langzaam aan wat advertenties te scoren om dinero’s te verdienen.
Gisteren schreef ik over schrijven, hoe het mij zo makkelijk af gaat. Dat is iets dat ik altijd al heb gehad, en ik denk dat ik het van mijn moeder heb die ook makkelijk gedichten op rijm schrijft voor sinterklaas en voor de de afsluitende koffie van het trimzwemmen in bij Zwembad het Zwet. Aan dat trimzwemmen, en de wekelijkse aqua fit doe ik overigens niet mee, laat mij maar rustig baantjes trekken, dat vind ik fijner.
Maar goed, terug naar het schrijven. Ik zat op de MEAO in Wormerveer, dat zal 1989 of 1990 zijn geweest. En de dochter, Sandra, van mijn overburen werd één van mijn leraressen, privaatrecht. Nu was ik, om het genuanceerd te zeggen, niet de meest ideale leerling. Ik was niet gemotiveerd, had een grote mond, wars van hiërarchie en had de neiging om overal met een bijdehante opmerking op te reageren. Dat laatste, tja, daar heb ik nog steeds last van. Ik heb wel een goed werkend stel hersenen, het niveau kon ik makkelijk aan maar puur mijn ongemotiveerde, luie instelling en mijn grote mond zorgde er voor dat ik bleef zitten en dat ik vaker bij de directeur zat dan goed voor me was. Zo vlak voor Sinterklaar werd ik er door Sandra, niet voor de eerste keer, uitgestuurd omdat ik de les weer eens aan het verstoren was. En met alleen wegsturen had ze me niet, dan liep ik naar bakkerij Dirkson voor een roombroodje en ging die pontificaal voor het raam van het lokaal lekker zitten opeten. Sandra dacht dat ze wel een mooie, ludieke, straf voor me had, een gedicht van 50 regels, op rijm, waarom ik de klas uitgestuurd was. Binnen een kwartier liep ik het lokaal weer in, met een rijm waarin letterlijke alle klasgenoten, tot en met de grootste studiebol toe, schuldig waren en ik was het onschuldige slachtoffer dat werd gestraft. Later hoorde ik van mijn moeder, die het weer van Sandra had gehoord, dat de rijm maandenlang op het prikbord van de lerarenkamer heeft gehangen omdat iedere leraar het een hilarische rijm vond.
Voor maatschappijleer kregen we op een gegeven moment een nieuwe, jonge, lerares. Uit Wormer. En dat was geen lelijke meid om te zien, ze was dus snel populair bij de hormonale late tieners die ze les moest geven. Dat ze met het uitdelen van borsten vrij vooraan had gestaan hielp daar ook bij mee. Ik ging in die periode vaak biljarten met vrienden, bij De Lepelaar in Jisp, bij het Verenigingsgebouw of bij het Moriaanshoofd in Wormer. Op een gegeven moment waren wij aan het biljarten bij het laatstgenoemde cafe terwijl er in de zaal een verkleedfeest aan de gang was. En wie komt er op een gegeven moment verkleed als zeemeermin binnen? Juist ja, Margot. Ze had geluk dat het een pre mobiele telefoon tijdperk was, en dat ik het dus niet kon vastleggen want dat had mij populariteitspunten opgeleverd op het schoolplein. Jaren later, en dan heb ik het over minimaal 12 jaar, werkte ik bij HAL, het Haarlems Allergenen Laboratorium. Op kantoor, niet als laborant. Op een gegeven moment zegt mijn teamleidster “ik krijg zo twee adviseurs van bedrijf x, zou jij ze kunnen opvangen want ik ben nog even in gesprek met de directie”. De bel gaat, ik loop naar beneden en open de deur. Twee personen, een man en een vrouw, strak gekleed en ik zie iets bekends en zij heeft ook een blik van herkenning in haar ogen, op het moment dat ze zich voorstelde zei ik gelijk “oh, je geeft geen les meer? Ik had je niet herkent zonder zeemeermin kostuum” waarop zij gelijk mijn naam uitroept. En haar collega? Die stelt zich voor en zegt ‘ik kom zo ook even bij jou langs, want van dat zeemeerminnenpakje wil ik meer weten.”
En zo gaat het dus, ik begin een stukje over schrijven, en vanuit daar kom ik bij zeemeerminnen terecht. Wat ik al zei, het is een talent, een gave, en ik hoef er niets voor te doen. Ondertussen zal Margot de vijftig gepasseerd zijn, haar sterke punten zullen waarschijnlijk de strijd tegen de zwaartekracht wel hebben verloren, maar de herinneringen aan dat verkleedfeestje zijn op mijn netvlies gebrand.
