Milo is zoek – en dat is mijn schuld

Een tijdje geleden schreef ik al eens over Milo, onze prachtige Siberische kat. Een ondeugende donderstraal, met bipolair gedrag: het ene moment drijft hij je tot waanzin, het volgende moment smelt je voor zijn charme. En nu is hij zoek. En ja… dat is mijn schuld.

Terug naar het begin

Ongeveer anderhalf jaar geleden kreeg Milo plots ernstige plasproblemen. Pijn, onrust, haast geen urineproductie. We gingen met spoed naar de dierenarts, waar ze een blokkade in zijn urinewegen oplosten. Zijn nierwaarden bleken verontrustend, dus moest hij blijven voor observatie. De rekening? Gelijk aan twee retourtickets Singapore – Nederland met Singapore Airlines (en dat is bepaald geen prijsvechter).

Volgens de arts was zijn urinebuis te nauw, en zou dat operatief verholpen moeten worden — een ingreep ter waarde van nóg eens zes vliegtickets.

Toch gingen we op consult bij een gespecialiseerd dierenziekenhuis. Daar troffen we een jonge Ierse arts die Milo onderzocht en, na een kort gesprek, een verrassende conclusie trok: “Geen operatie nodig. In Engeland zag ik dit ook, maar alleen bij binnenkatten. Laat hem buiten spelen, al is het aan een lijntje.”

Zo gezegd, zo gedaan. Milo mocht naar buiten — eerst aan een tuigje, later los, want Siberische katten lijken qua karakter verrassend veel op honden. En hij kwam altijd terug. Tot die ene keer.

De eerste keer mis

Ik had een kattencamera gekocht om hem beter te volgen. Maar zodra ik het tuigje losmaakte, veranderde Milo: agressief, ongrijpbaar, alsof hij bezeten was. Ik liet hem even met rust, en samen met Cindy gingen we ’s avonds terug met eten, een handdoek en zijn reismand. Met moeite wist ik hem te pakken, terwijl hij tierend en krabbend tekeer ging. Cindy, die veel waarde hecht aan spirituele zaken, gebruikte huisrituelen en gebeden — en zowaar, Milo werd weer kalm.

Maar sindsdien hield ik hem binnen. Hij kreeg nog wel speeltijd op de galerij, vast aan het hek met een tuigje. Maar het was duidelijk: dat was niet genoeg. Hij begon in huis te plassen. Eerst werd onze andere kat Dalvey verdacht, tot ik Milo op heterdaad betrapte en Cindy overtuigde met videobewijs.

De fout

Op vrijdag 30 mei besloot ik hem toch weer mee naar beneden te nemen. Eerst aan de lijn, maar omdat hij zich keurig gedroeg, liet ik hem los. En toen ging het mis. Op het moment dat we naar binnen wilden, kwam de agressie weer terug. Milo sprong in een grote (droge) waterafvoer en ik – letterlijk – ook. Shirt uit, in een poging hem te grijpen met mijn shirt als bescherming tegen zijn scherpe nagels. Ik had hem bijna… maar hij ontsnapte.

Dat was de laatste keer dat ik hem zag.

Zijn AirTag is sindsdien stil. Geen signaal. De hele buurt hangt vol posters, de dierenarts is op de hoogte en zijn chip maakt identificatie mogelijk — mocht iemand hem naar een kliniek brengen.

Iedereen zegt hetzelfde: “Zo’n mooie kat… die is vast gestolen.” Misschien. Misschien niet. Ik hoop nog altijd dat hij opduikt.

En nu?

Cindy is verdrietig. Ik ben verdrietig. Geen gespin meer ’s nachts, geen kopjes als ik uit bed stap. Zelfs onze andere kat, Cinder, lijkt hem te missen. Alleen Dalvey lijkt opgelucht – minder stress, meer ruimte.

Dat is dan maar het kleine lichtpuntje waar ik me aan vasthoud.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *