Soms ontstaan de leukste recepten niet omdat je ernaar op zoek bent, maar omdat je iets over hebt. In mijn geval waren dat vijf eierdooiers. Na het maken van een recept waarbij alleen eiwitten nodig waren, keek ik naar die bak met dooiers en dacht: weggooien is zonde. Dus moest er iets mee gebeuren.
En toen schoot me ineens een van mijn favoriete gebakjes te binnen: Pastéis de Nata.

Van Portugal naar Azië
De meeste mensen kennen Pastéis de Nata natuurlijk als hét Portugese custardtaartje. Het knapperige bladerdeeg, de romige custardvulling en dat licht geblakerde bovenkantje… daar kun je me gerust voor wakker maken.
Wat veel mensen niet weten, is dat deze taartjes ook enorm populair zijn in Azië.
Dat is eigenlijk niet zo vreemd. Portugal had eeuwenlang een sterke band met Macau. Tot 1999 was Macau zelfs een Portugese kolonie. Daardoor zijn er allerlei Portugese gerechten blijven hangen, waarvan Pastéis de Nata misschien wel de bekendste is. Ook is er in het Maleisische Melaka een sterke Portugese invloed, net zoals een sterke Nederlandse invloed overigens.
In Macau vind je ze werkelijk overal. Van luxe bakkerijen tot kleine buurtwinkels. En vanuit Macau hebben de custardtaartjes zich weer verspreid naar Hongkong, Singapore, Maleisië en zelfs Thailand. Natuurlijk zijn er inmiddels allerlei varianten ontstaan. Soms iets zoeter, soms met een iets stevigere custard en soms zelfs met smaken als pandan of durian. Lekker? Daar verschillen de meningen over. Geef mij de klassieke versie maar.
Tijd om ze zelf te maken
Omdat ik dus een bakje eierdooiers had staan, besloot ik eindelijk eens zelf Pastéis de Nata te maken.
Ik had altijd gedacht dat het ontzettend ingewikkeld zou zijn. Dat valt eigenlijk best mee. Het enige wat een beetje aandacht vraagt is de custard. Die moet mooi glad worden zonder te schiften. En natuurlijk wil je een oven die flink heet kan worden, zodat je die karakteristieke donkere plekjes bovenop krijgt.
Het resultaat was verrassend goed. Knapperig bladerdeeg, een romige custard en precies dat beetje karamellisatie waar een goede Pastel de Nata om bekend staat.
Ze waren eerlijk gezegd sneller op dan dat ik ze had gemaakt.
Recept: Pastéis de Nata
Ingrediënten (12 stuks)
Voor de custard
- 250 ml volle melk
- 200 ml slagroom
- 5 eierdooiers
- 120 gram suiker
- 30 gram bloem
- 1 theelepel vanille-extract
- schil van 1 citroen
- 1 kaneelstokje
Verder
- 1 rol roomboterbladerdeeg
- kaneelpoeder
- poedersuiker (optioneel)
Bereiding
- Verwarm de melk samen met de slagroom, citroenschil en het kaneelstokje tot net onder het kookpunt.
- Meng ondertussen de suiker met de bloem.
- Klop de eierdooiers los.
- Verwijder de citroenschil en het kaneelstokje uit de warme melk.
- Giet beetje bij beetje de warme melk bij het bloemmengsel en roer goed door.
- Voeg vervolgens de eierdooiers toe en blijf goed roeren.
- Zet het mengsel terug op laag vuur en verwarm totdat een dikke custard ontstaat. Laat niet koken.
- Roer de vanille erdoor en laat de custard afkoelen.
- Verwarm de oven voor op 240-250°C.
- Rol het bladerdeeg op tot een strakke rol en snijd deze in 12 gelijke stukken.
- Leg ieder stukje in een muffinvorm en druk het deeg met je duimen uit tot een dun bakje.
- Vul de vormpjes voor ongeveer driekwart met de custard.
- Bak de taartjes 15 tot 20 minuten, totdat de bovenkant donkere karamelvlekjes krijgt.
- Laat ze een paar minuten afkoelen en bestrooi eventueel met een beetje kaneel of poedersuiker.
Warm zijn ze op hun lekkerst
Net als zoveel gebak zijn Pastéis de Nata eigenlijk op hun allerlekkerst als ze nog een beetje warm zijn. De custard is dan heerlijk romig en het bladerdeeg nog lekker krokant.
En het mooiste? Mijn vijf overgebleven eierdooiers kregen een veel betere bestemming dan de prullenbak.
Soms ontstaan de lekkerste recepten gewoon uit restjes.


