Ik ben een muziekliefhebber, ook van live muziek en heb heel wat concerten gezien. Bij voorkeur in relatief kleine zaaltjes, Paradiso, Melkweg, De Kade, Drieluik, De Boerderij in Zoetermeer, 013 in Tilburg, het clubcircuit zeg maar. Stadionconcerten vind ik niets, te groot, te druk en te onpersoonlijk, dat doe ik alleen als het echt niet anders kan. En hetzelfde geldt eigenlijk voor festivals. Sowieso vind ik festivals een overload aan muziek, na 3 of 4 bands heb ik het wel gehad. En dat is dan ook precies het aantal bands dat ik gisteren heb gezien op de (waarschijnlijk) laatste editie van Wormer Live.
Het is sowieso mijn laatste Wormer Live geweest, zelfs als er een doorstart komt, omdat ik binnenkort natuurlijk weg ben uit Wormer, en zelfs uit Nederland. Dat staat natuurlijk los van het festival, waar ik de laatste paar jaar toch al niet was omdat ik precies in die tijd in Singapore zat. Maar goed, gisteren was het prachtig weer, ik had geen bezichtigingen voor mijn huis meer, er speelde twee bands waar ik wel warme herinneringen aan had dus ben ik even naar het evenemententerrein gelopen om een kijkje te nemen.
Op het moment dat ik aan kwam lopen viel ik gelijk met mijn neus in de boter. Herman Brood’s oude band, Wild Romance, speelde. Tegenwoordig met een Wormernees, Edgar Koelemeijer, als zanger, en op het moment dat ik mezelf op een meter of 10 van het podium begeef beginnen ze mijn favoriete Herman Brood nummer te spelen. Nee, dat is niet ‘saturday night’ maar het onovertroffen Doin’ It van het album Spritsz. De simpele maar doeltreffende gitaarsolo van dat nummer heeft mij vanaf dag één geraakt, en nu, zoveel jaar later vind ik het nog altijd geweldig. Herman Brood heb ik vaak zien spelen, en zonder Edgar tekort te doen, is het wel vreemd om de band te zien zonder de rock & roll junkie.
Na een tussenprogramma, Marlen, waar ik zelf niet zo van onder de indruk was kwamen Roberto Jacketti & The Scooters op het podium. Nu is dat een bandje waarmee ik wel wat geschiedenis heb. In de periode dat ze net een platencontract hadden was de toenmalige saxofonist Barend namelijk het vriendje van mijn nicht Meriam, en ze kwamen vaak bij ons over de vloer. Mijn oom en tante hadden ook een stacaravan op Texel, bij De Koog, waar wij ieder jaar op vakantie gingen en daar is Barend ook nog eens geweest met een banjo spelende kameraad van hem, een beetje jammen en geld verdienen als straatmuzikant op de wekelijkse braderie in het dorp. Ik zal toen een jaar of 11 zijn geweest, dus besefte wel al wat er gebeurde, en hoe cool en bijzonder het was, al had natuurlijk de echte impact nog niet door. In die periode waren er ook nog maar twee TV zenders, dus dat ze bijvoorbeeld bij Op Volle Toeren of Toppop mochten optreden was echt heel bijzonder, en dan zag je iemand die je in het echt kon op televisie, dat was wat. Ik mocht er zelfs voor op blijven, zo bijzonder was het.
Maar goed, Barend en Meriam zijn al lang niet meer bij elkaar, Barend zit ook niet meer bij Roberto Jacketti en toch, uit jeugdsentiment, wilde ik ze wel even zien optreden. Ondanks dat het niet helemaal mijn muziek is, en ik vol scepsis zat, kan ik werkelijk niets slechts over het optreden zeggen. Een leuke mix van covers, waaronder Crazy Horses van The Osmonds en Iedereen is van de wereld van The Scene, waar scooter Jeroen Booy ook bijna 30 jaar de drummer van was, en eigen nummers die toch helemaal niet zo slap poppy waren als in mijn herinnering. De band stond ook strak te spelen, ik kan er werkelijk niets slechts over schrijven. En toen was het tijd voor het laatste liedje, de klapper, de grote hit I save the day. Een top 3 hit uit 1984, 34 jaar geleden. De handjes gingen de lucht in, het publiek ging nog verder naar voren en ik keek het vanaf de zijkant eens aan en bedacht me dat het eigenlijk best iets triests had, zonder negatief of somber te zijn, maar je bent vanaf 1980 aan het musiceren, al zit er wel een break tussen, je treedt nog altijd op, en het hoogtepunt van je show is een nummer dan je 34 jaar geleden hebt uitgebracht. Het publiek, en de band, maalde daar overigens niet om, die hadden veel plezier in het optreden en ik ook. Later op de avond trad ook Drukwerk nog op, toen zat ik allang weer thuis, maar ook voor Harry Slinger en de zijne gaat dit natuurlijk op.
Ik hoop van harte dat er mensen zijn die het stokje over kunnen en willen nemen van Theo Overweel en de andere organisatoren, het is een leuk en goed opgezet festival, en daar kunnen er niet genoeg van zijn. Ondanks dat ik het nooit meer zal bezoeken omdat ik ga emigreren hoop ik dat het toch een vervolg krijgt.
